Ja ik wil.
19 april 2026 - Castellammare del Golfo, Italië
Om drie uur stonden we klaar op de kade voor het boottochtje met de catamaran. Half vier vertrek, de dame die ons te woord stond was uitgesproken al kauwgomkauwend sjagrijnig, 37,50 p.p. Graag contant. Hè verdomme ze bedierf de stemming. Op onze vraag of er nog meer boekingen zijn mompelde ze dat er nog twee mensen kwamen.
Met gemengde gevoelens gaan we de boot op.
Inclusief de kapitein, tevens eigenaar, de slechtgehumeurde dame die zijn vriendin blijkt en de vier passagiers varen we met 6 man in totaal op een boot voor 40 personen, uit. Een wat merkwaardige situatie, maar alléz. Al snel staat ze naast me, het liefje van de kapitein. Ik moet mee het bovendek op en inderdaad het is indrukwekkend daar boven op dat schip aan de reling. De uitvaart uit zo’n haven, het plaatsje tegen de bergwand geplakt achter latend, diep ademhalend begrijp ik de verslaving die uitgaat van het varen op zee. We babbelen wat heen en weer, haar kapitein is 15 jaar ouder, zij werk in de winter op oncologie en komt oorspronkelijk niet uit het zuiden. De Abrusen ook zo mooi en Puglia en zwijg over de meren, het Garda en Lago Maggiore. ADHD schat ik in, ze blijkt te ontdooien tot een hele aardige vrouw.
Onze reisgenoten komen uit Bergen op Zoom. ‘ Zulde ok altijd zien’ We varen langs de rotswanden richting het kustplaatsje Scopello. Bij de inhammen vaart de kapitein zo ver mogelijk naar binnen. De grot van de liefde, uiteraard, de grot van de leeuw en de grot van de schildpad. Met heel veel fantasie kun je inderdaad misschien wel een hart of een leeuwenkop of een schildpad ontwaren. De zon schijnt en er is muziek. Er wordt gedanst, zij neemt ons bij de hand en onder lichte dwang staan ook deze twee bejaarde Brabantse dames te swingen op het dek. De stemming is opperbest en wordt steeds leuker. De heren ondervragen de kapitein en horen alles over de boot, de investering en het hoogseizoen. Zij wijst naar de prachtige huizen met uitzicht op zee en verteld over haar sogno, droom, om zo’n huis te bezitten. Ze wil trouwen met de kapitein, maar hij wil nog niet zo.
Dan stopt de boot bij een inham, het anker rolt met een ketting uit en we liggen in een baai met op de kant enkele grote roze en gele gebouwen. Dat is Tonnara di Scopello. Hier gingen de tonijnen aan land en werden in de grote schuren verhandelt. Nu is het een locatie voor filmers en trouwpartijen. Sjorsse Kloenie and Bratte Piette hebben hier gelogeerd bij de opnamen van Ocean’se Elevene. Hier trouwen coste thirtyandefaiftousend euro ande wisseoute catering. Laat er nu toch net een bruiloft zijn met een live strijkorkestje en laten ze nu net elkaar het jawoord geven op het moment dat wij daar stil liggen. Er klinkt gejuich op de kant en wij doen vanaf de boot mee.
Het strijkje speelt het thema van La Vitá e Bellá, de gasten lopen richting terras van het gebouw. Wij dansen en hebben pret, zij op hun manier ook, denk ik. Het ziet er wat onderkoeld uit. De klanken van I can’t help faling in love with you en het geluid van de cocktail shaker mengen zich. Aan boord is inmiddels een flesje wijn opengetrokken, er staan aardbeien aan saté prikkers en wokkels. Het is feest we zien dat de kapitein en zijn liefje ook plezier beleven aan dit merkwaardige, toevallige gebeuren. Een tweede flesje wijn wordt tevoorschijn gehaald. ‘Ik ga hier katjelam die boot af’ zeg ik tegen de mevrouw uit Bergen op Zoom.
Op de terugvaart naar de haven is iedereen stilletjes in zichzelf gekeerd. Het weer is omgeslagen, de zee ineens donkergrijs en onrustig. Nog een klein gesprekje met de andere gasten en we varen rozig het haventje weer binnen. Hartelijk nemen we afscheid van elkaar. Una giornata particolare. Tijdens het eten realiseer ik me dat we ons niet aan elkaar voorstelden en elkaars namen dus niet kenden. Eigenlijk best prettig, dat je niet de hele tijd hoeft te denken: hoe heette ze ook alweer.

Kuskus