Stupido e stupida
26 april 2026 - Castellammare del Golfo, Italië
We stonden vóór ons appartement en hadden geen van beiden de sleutel bij ons, het liep tegen zessen. Dat komt zo: de dag begon met een ontbijt aan de overkant bij Badia Rooms, een sympathiek klein hoteletje met een erg aardige eigenaar. Hij had ons uitgenodigd om een keertje bij hem te komen ontbijten voor 5 euro pp. Vandaag kwam het er eindelijk van en wát voor ontbijtje. Alles erop en eraan en fatto in casa en echt lekkere koffie.
Daarna gingen we voor de laatste keer naar de markt en ook voor de laatste keer nog een kopje koffie met gebak, op de hoek bij de bakker met terras. Toen naar huis met een tas vol fave, kleine tuinbonen. Maar eerst nog een bezoek aan het kerkhof met de gallerijen met de graftombes om afscheid te nemen van de overleden Castellemmarezen. Veel springlevende mensen daar aanwezig en bij bijna alle tombes verse bloemen. Het respect voor de dood geeft het respect aan voor het leven, het leven wat er is geweest. Ik ben me bewust, meer dan ik het doorsnee ervaar, van de gift die het leven is. Amen.
Ik had besloten dat het er dan vandaag maar van moest komen, een middagje op het strand en zwemmen in zee. Op weg naar het strandje, het badpak dat de afgelopen 8 jaar werkeloos in de la lag, had ik al aan over het Padre Pio pleintje, waar de voorbereidingen in gang waren voor het feest van de komende drie dagen. Eén of ander feest met veel bikers en iets met harde muziek en stalletjes met spulletjes, eetbaar en niet eetbaar. We zagen een man die truffels verkocht, duur maar lang zo duur niet zoals we zagen in de film: De Truffelzoekers. Zullen we dat doen? Pasta carbonara stond op het menu voor vanavond, daar past een geschaafd truffeltje uitstekend bij. Thuisgekomen meteen het doosje opengemaakt. Een vreselijke benzinelucht stijgt op uit het in papier verpakte knolletje. What the fuck is dít. We snappen er niets van, dit kán niet goed zijn. Ik besluit naar de kruidenier aan de overkant te gaan om te vragen of dit goed is. Mwah, hij is niet enthousiast, een andere klant in de winkel haalt zijn schouders op, ‘e normale tartuffe’
We besluiten om terug te lopen naar het marktje, naar de truffelverkoper. Kom op zeg, 24 euro voor een klein knolletje dat naar benzine ruikt. Onderweg besluit Bert om het toch even te vragen aan de kok van de Osteria waar we aten. Hij opent het doosje ruikt…en nog een keer, snuffel snuffel, ‘ nee dit is gewoon goed het is een zomertruffel die zo ruikt. Het is de aarde, je moet hem schoonvegen en dan kun je het eten.’ Ok, terug naar huis. Google erop nageslagen en inderdaad, Siciliaanse truffel kan naar benzine ruiken. Het is een stofje in de truffel. We gaan dit echt niet eten, niet wat we verwacht hadden, maar leergeld is ook geld.
In de via Bizet aangekomen blijken we geen van beiden sleutels bij ons te hebben en ook geen telefoon. Daar staan we dan, voor de deur van het huisje, de onderbuurman is ook niet thuis en de avond valt en het begint wat frisser te worden. Dan kom ik op het idee om bij Badia Rooms aan te bellen en daar doet de vriendelijke hotelier de deur open. Nee een sleutel heeft hij niet, maar wel een telefoonnummer van Laura.
Even later steekt hij zijn hoofd om het hoekje van zijn voordeur, ‘ ze komt eraan, nee nee geeft niets. Die dingen gebeuren’. Na een kwartiertje is Laura er en kunnen we weer binnen, boven steken mijn sleutels op de deur van het appartement. Binnen, op mijn telefoon zie ik een berichtje van Laura dat het even wat langer duurt ze zit in de campagna.
Bij haar moeder op de boerderij denk ik, aan een lange tafel onder een bloeiende amandelboom al vanaf een uur of drie deze middag bezig met het ene gerecht na het andere, terwijl de kinderen gillend van plezier achter elkaar aanrennen.
